Lichte elektrische voertuigen (LEV) in de Nederlandse mobiliteitssector vanuit het perspectief van institutionele logica

LICHTE ELEKTRISCHE VOERTUIGEN (LEV) IN DE NEDERLANDSE MOBILITEITSSECTOR VANUIT HET PERSPECTIEF VAN INSTITUTIONELE LOGICA – HOE BELEIDSMAKERS CONCURRERENDE WAARDEN KUNNEN OVERWINNEN BIJ OPLOSSINGEN VOOR MAATSCHAPPELIJKE PROBLEMEN

 

Masterscriptie van Wouter Slob, dd. 5 juli 2021, Faculteit Geowetenschappen, Universiteit van Utrecht

Samenvatting

Het Nederlandse mobiliteitssysteem is in transitie. Vanwege de dringende behoefte aan koolstofarme alternatieve vervoerswijzen worden, vaak gestimuleerd door beleidsmakers, verschillende nieuwe voertuigentypes ontwikkeld om mensen ‘uit hun auto’ te krijgen. Deze nieuwe voertuigtypes hebben vaak de vorm van lichte en elektrisch aangedreven voertuigen, kortweg LEV’s.

Het huidige reguleringssysteem rond de toelating van deze nieuwe voertuigtypes is door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat gedelegeerd aan onafhankelijke instanties. Deze instanties richten zich primair op veiligheid, terwijl andere actoren, zoals het ministerie, innovators of bedrijven, wellicht andere waarden of meer waarden nastreven, zoals duurzaamheid, leefbaarheid of economische baten.

Dit onderzoek gebruikt de concepten van institutionele logica om de verschillende waarden vast te leggen die worden nagestreefd door actoren die betrokken zijn bij de ontwikkeling en implementatie van LEV’s in de Nederlandse mobiliteitssector. Door middel van een kwalitatief onderzoek zijn met deze actoren interviews afgenomen, Dit heeft geleid tot het onderscheid tussen drie institutionele logicatypes: de autologica, de samenlevingslogica en de reguleringslogica.

Dit onderzoek beschrijft hoe de infrastructuur en regelmechanismen worden beïnvloed door de auto-afhankelijke autologica, en hoe dit het moeilijk maakt voor LEV’s om de auto te vervangen.

We stellen vast dat actoren die gericht zijn op de implementatie van LEV’s een verscheidenheid aan sociale waarden hebben, zoals veiligheid, leefbaarheid en duurzaamheid, die geïnstitutionaliseerd zijn in de logica van de samenleving. De regelgevingslogica moet balanceren tussen enerzijds het behouden van de veiligheid en prestaties van het huidige infrastructuursysteem, en anderzijds de transitie in lijn met de roep om urgentie naar meer holistische visies op mobiliteit. De holistische kijk op de samenlevingslogica creëert spanningen met zowel de autologica met zijn economische focus, als de reguleringslogica met zijn primaire focus op veiligheid.

Deze inzichten in het Nederlandse mobiliteitssysteem en de actoren en waarden die daarin zijn verankerd, kunnen door beleidsmakers worden gebruikt om hen de weg te wijzen bij de ontwikkeling van oplossingen voor verschillende maatschappelijke problemen in de mobiliteitssector, met een focus op LEV’s.

 

Bekijk hier de volledige scriptie: https://dspace.library.uu.nl/handle/1874/403181